Haar eigen Kamer

Haar eigen Kamer
ei·gen1 (bn.)
1 uitgaand van, betr. hebbend op iem. of iets zelf
2 kenmerkend, karakteristiek => adherent aan, inherent
3 vertrouwd, vertrouwelijk => vertrouwd met
Elise deed de deur van haar studentenkamer open. Een benauwende warmte kwam haar tegemoet. Ze stapte over de drempel en een moment nam ze de ruimte in zich op. Haar kamer leek boos. Chagrijnig omdat hij verwaarloosd werd, de verwarming de hele dag maar loeide en zijn bewoonster alleen maar thuis kwam om te slapen. De gordijnen zaten nog dicht van de vorige nacht en gaven een rode gloed aan de muren en het plafond door het avondlicht dat van de straat door haar gordijnen naar binnen probeerde te priemen. Vanuit de hoek gromde haar computer naar haar, al net zo geïrriteerd als de hele kamer. Dag en nacht stond hij aan, en in de maanden dat hij in haar bezit was was de ventilatie die de computerkast op kamertemperatuur moest houden steeds luidruchtiger geworden. Met tegenzin stapte Elise de kamer in. Alles was tegen haar vandaag, dacht ze. Ze ging met haar schenen tegen de rand van het bed staan, dan liet ze zich vallen en tegelijkertijd draaide ze zich om zodat ze op haar rug op het bed belandde. Het pantermotief van haar dekbedovertrek besloop haar. Ze had haar jas nog steeds aan en haar tas hing nog steeds om haar schouder, maar ze had even nergens zin in. Ze had geen zin om zich te ontdoen van haar te warme kleren, ze had geen zin om de verwarming uit te zetten of een raam open te doen. En ondanks dat het haar kamer een stuk zou opvrolijken had ze ook geen zin om even snel op te ruimen. De hele vloer lag bezaaid met boeken, Cd’s en ondergoed, maar dat lag er al een tijdje en zou niet weglopen als het nog een dagje moest wachten, vond ze. ‘Ik doe het morgen.’ Zo beloofde ze zichzelf, net zoals ze gisteren had gedaan, en de dagen ervoor. Nu ze zichzelf van haar taak had ontdaan kon ze tot rust komen, ze hoefde niets meer vandaag. Ze wilde ook dat deze dag snel tot een einde kwam. De hele dag leek er geen einde te komen aan haar bezigheden, en ze had constant verlangd naar een moment voor zichzelf. Maar al voor ze de deur van haar kamer had open gedaan wist ze hoe troosteloos het zou zijn om daar alleen te zijn. De sfeer die de kamer uitademde bekroop haar en gaf haar het gevoel niet welkom te zijn. Op dit tijdstip van de dag, laat op een zomeravond, kreeg het plafond een helderrode gloed. Bijna alsof er op de bovenliggende verdieping een ziedende brand woede die het plafond deed gloeien. Het was drukkend om het gevoel te krijgen dat het plafond ieder moment naar beneden kon komen. Maar dan, na een tijdje verdween langzaam de rode gloed, het plafond koelde af en werd uiteindelijk gitzwart.
De ventilatie van haar pc sloeg opnieuw aan en ze werd verward wakker. Tijdens een vluchtige droom had ze zich in haar dekbed gerold waar ze zich nu uit los worstelde. Ze had het stik benauwd, ze had nog steeds haar jas aan, het dekbed had over haar heen gelegen en de verwarming stond nog steeds hoog aan. Ze nam een moment om uit de suffe slaaproes te komen. Buiten was het stil geworden, de muren waren zwart en kil, haar kamer sliep. Maar niet alles in haar kamer; nu het donker was geworden was een lichtschijnsel tot leven gekomen wat nu zijn groene licht op de muur liet zien. In haar linkerooghoek ontwaarde ze het vrolijke schijnsel, wat zonder geluid haar aandacht probeerde te trekken. Ze keek ernaar, 2.53 uur. Ze kroop uit haar panterdeken overeind en deed haar tas af. Ze liet hem pal tussen haar en het bed in op de vloer zakken en wilde hetzelfde doen met haar kleren maar bedacht zich. Ze draaide zich om en liep naar haar bureaustoel die halsoverkop verlaten midden in haar kamer stond. Ze duwde het ding naar haar bureau en zette hem netjes recht neer. Met een overdreven precisie ontdeed ze zich daarna van haar jas, haar truitje en haar rokje en legde die over de bureaustoel heen. Heel even aanschouwde ze haar kunstwerkje, toen draaide ze zich om en liep tevreden terug naar haar bed, ondertussen haar ondergoed achterlatend op de vloer. Ze kroop in de panterhuid en rekte zich uit als een kat die een middagdutje gaat doen in de zon. Ze lag op haar zij, twee benen staken onder de dekens uit en haar hoofd lag op de rand van het matras, een voet bungelde over de rand in de lucht. Ze keek door de donkere kamer en bedacht zich dat ze zich meer op haar gemak voelde nu haar kamer sliep. Ergens was ze bang om de kamer in te kijken. Ze herkende de vormen niet in het donker. Elise dwong zichzelf, met haar ogen extra opengesperd, om de kamer in te kijken. Langzaam verdween het angstige gevoel nu, ze benoemde de vormen die ze zag; haar kast, de bureaustoel met haar kleren erop, de vormen van haar meubels, de plooien in de gordijnen en de figuren op de grond die zich vormden in de rommel; anders dan als het rode schijnsel zich in haar kamer bevond had alles nu bekende vormen en niets deed zich anders voor dan het was. Nu ze had geconstateerd zich veilig te voelen durfde ze haar ogen te sluiten. De ventilatie in haar computer bromde nog een beetje, maar zij kreeg al niet meer mee dat deze kort daarna ook stil werd.
De volgende morgen begon vroeg, de heldere ochtend wekte haar met zijn licht, haar gordijnen projecteerden nu een lichte oranje gloed op haar muren en interieur. De kamer vibreerde zacht, alsof het nog in diepe slaap was. Het voelde voor Elise alsof ze wakker werd naast een man waarmee ze al jaren getrouwd was. Het was dan een huwelijk dat al tijden niet meer goed ging en elke avond eindigde in een bedompte stemming, maar in de morgen, als ze wakker werd naast hem en hij nog vredig lag te slapen, nieuw perspectief bood. Elise kroop onder haar dekens vandaan en ging op haar knieën op het bed zitten. Zo kon ze precies bij haar gordijnen die ze vol verwachting beetpakte. Heel even deed ze nog niets, want het voelde alsof er veel zou veranderen als ze de gordijnen zou opendoen. Dan met een ruk trok ze ze open en een golf van licht verademde haar kamer. Het was net of hij gemerkt had dat Elise aan zijn bedompte stemming wilde ontsnappen toen op dat moment haar kamer ontwaakte. De verwarming begon te tikken, en direct daarop sloeg de ventilatie van haar computer aan. Elise keek om naar haar kamer, en ze zag een plaatje wat ze zich niet kon herinneren. Het was nog steeds haar kamer, maar dit was een abstracte schildering van wat ze gewend was de laatste tijd. Haar muren leken energie uit te stralen, haar imitatie eikenhouten kast oogde veel vrolijker dan ze gewend was, een poster aan haar muur bleek een veel hogere kleurenresolutie te hebben dan ze zich kon herinneren. In haar hoofd kwam het woord sereen op. De lichtheid die haar kamer uitstraalde voelde onbekend maar aanlokkelijk. Zo keek Elise een paar minuten verwonderd naar haar kamer tot langzaam weer het geklaag tot haar doordrong. De verwarming jammerde zacht met korte droge tikken en kuchjes. Ze keek ernaar en alsof ze een insect uit zijn lijden verloste pakte ze de thermostaat beet en draaide die naar rechts. Direct daarop stopte haar PC met ventileren. Elise stapte uit bed en zocht wat kleren bij elkaar om te dragen. Ze zette haar tv aan op een muziekzender en terwijl ze op de muziek heen en weer bewoog trok ze met een subtiele mate van opgewektheid het setje aan. Ze keurde zichzelf goed in de spiegel en gaf een knipoog aan haar spiegelbeeld. Dan stapte ze haar kamer uit om te gaan ontbijten en terwijl ze de deur achter zich dichtdeed zag ze nog net hoe op tv een groot oog in beeld was en terug knipoogde.