Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Meisje met een verhaal


Meisje met een verhaal

7.22 uur. Het is mistig op het station, de zon komt net op maar krijgt zijn gouden licht niet door de wolken. Tientallen forenzen zuigen gehaast aan hun peuken. De wirwar van onbekenden dringt nauwelijks tot mij door. Het is geen verzameling individuen, maar een enkel doek waar ik zonder aandacht naar staar. Plotseling trekt één element in de compositie mijn aandacht. Een blond meisje, vroeg in de twintig. Haar haren ongefatsoeneerd –pluizig en geklit- in een lange paardenstaart op haar rug. Ze begint een verhaal te vertellen.

Misschien valt ze nog het meeste op in de massa door haar kleding. Open schoentjes –het is herfst- en de rok van een jurkje wat je aantrekt voor een bijzondere avond –het is ochtend. Daar overheen een zwarte jas die haar veel te groot zit.
Haar lichaam is moe; haar houding is ineengedoken, diep in de kraag van de jas. Haar kin, die tussen de boord uitsteekt, trilt nog van de slaap.
Ze heeft een sigaret in haar hand die ze –terwijl ze er onafgebroken naar kijkt- naar haar mond brengt. Als ze haar hand opendraait, komt daar een aansteker uit tevoorschijn. De aansteker werkt niet. Een paar tellen doet ze niets, kijkt ze enkel met een lege blik naar het ding. Dan nog een poging. De vlam schiet hoog op, om onmiddellijk weer tot een kleinere vlam te worden, alsof hij zich onderdanig wil tonen.

Ze hijst. Diep inhaleert ze de rook. Haar ogen sluiten zich tevreden. Haar mond, licht geopend, oogt lang niet zo tevreden en laat een helderwitte sliert rook ontsnappen. Ze tuit haar lippen, alsof ze voorzichtig zucht, en blaast geluidloos de rook uit. Haar ogen flitsen op. Opluchting.

Ze hijst, minder diep dan de eerste trek. Haar gezicht verstart, haar blik beweegt zich over het perron. Haar ogen blijven rusten op een oude man die met een kleine bruine aktetas voorbijloopt. Ze tuit haar lippen, dit keer sterker waardoor net onder haar mondhoeken twee kleine kuiltjes tevoorschijn komen. Ze blaast de rook uit, dit keer klinkt een blazen, alsof ze zich opeens bedenkt iets te moeten zeggen.
Ze draait zich om naar de rookpilaar en reikt haar hand uit om de as af te tikken.

Ik zie haar nu recht van voren. Ze heeft haar make-up van de avond ervoor nog op. Een kleine waas van oogpotlood op haar onderste oogleden. Kleine korreltjes mascara in haar wimpers. Haar gezicht oogt moe, maar er is meer. In mijn verbeelding hoor ik de gedachtetrein razen door haar hoofd. Aan de rimpel net onder haar haargrens zie ik iets van zorgen.

Na enkele ogenblikken kijkt het meisje mij opeens diep in mijn ogen, ze staat maar een meter of drie bij mij vandaan. Met een miskend gevoel van schaamte verbreek ik het contact met de smaragdgroene ogen.

7.25 uur. De trein komt aan, met plus minus vijf minuten vertraging. Het meisje pakt haar telefoon uit haar jaszak en brengt deze met een veelbetekenende beweging naar haar oor. “Hallo mam. Ja. Ja. Het spijt me. In Den Bosch. Ik kom nu naar huis.”