Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Ulysses - X

Ulysses - IX

Boxtel
0.38 uur
Runderen van Helios

Boxtel was het op een na laatste station vóór Tilburg. De trein bleef er lang stilstaan, alsof de machinist wist dat Ulysses dringend naar Tilburg moest. In werkelijkheid was een conducteurswissel oorzaak aan de vertraging, of beter gezegd: een conducteurswisselstoring, aangezien door een tekort aan personeel medewerkers van elders moesten worden ingereden.
Toen dit eindelijk gebeurd was kwam de trein weer in beweging. Na het incident met de Limburgers waren Ulysses en zijn vrienden maar verkast naar een gangetje aan het eind van de trein. Ze waren boos nagekeken en hadden een hoop mensen omver moeten duwen, maar uiteindelijk hadden Leon en Bastian, oordopjes nog in, hun vriend in veiligheid gebracht.
Terwijl ze daar voor de cabine van de hoofdconducteur stonden te wachten kwam een wandelende koffiepot hen tegemoet. Een kortgeknipt meisje dat een installatie van bekertjes en koffiekannen aan haar lijf had hangen vroeg hen of ze iets te drinken wilden. Ulysses vond het belachelijk dat dit soort mensen met deze drukte werden ingezet: ze namen de plaats van de passagiers in.
“Nee, bedankt. Voor mij geen NS-koffie meer.”, zuchtte hij.
“Mag ik er dan even langs?”, vroeg het meisje, wijzend naar de cabine van de 'Zugführer'. “Ik heb een zak met donuts voor de hoofdconducteur.”
Bastian voelde een list, of eigenlijk meer een ingeving, broeien. “Geef die donuts maar hier, meisje, dan zorg ik dat ze bij de hoofdconducteur komen.”
“Oké”, zei het goedgelovige meisje, en ze reikte hen de zak aan.
“Heren, we hebben eten”, zei Bastian, zodra ze weer buiten gehoorsafstand was. Hij gaf zowel Leon als Ulysses een grote donut. Het waren niet de minste donuts, bedekt met een laagje glazuur, gevuld met een soort van jam. Een ware traktatie, zeker voor iemand die het al een halve dag zonder voedsel had moeten stellen.
“Ik weet niet of dit nu wel zo verstandig is...”, aarzelde Ulysses, “We willen geen slapende honden wakker maken. Of wel soms?”
“Ach, je bent gewoon jaloers dat jij voor de verandering eens niet met een list bent gekomen.”, zei Bastian, die gulzig aanviel. Binnen enkele seconden was het enige dat van de donut restte het glazuur op zijn vingers.
“Hmm”, zei Leon, “Dit is bijna compensatie voor 8 uur wachten en het verlies van de helft van onze vrienden. Bíjna.”
Ulysses nam net een kleine, aarzelende hap van de donut toen de deur achter hem openzwaaide. Hij viel bijna achterover maar wist zich aan een hendel vast te grijpen.
“Kun je niet uitkijk...”, begon Ulysses, terwijl hij zich omdraaide. Zijn adem stokte in zijn keel toen hij de man herkende die uit de conducteurscabine stapte. Het was een beer van een vent, dezelfde kolos die hen enkele uren geleden met het grootste genoegen de toegang tot de trein naar Den Bosch had geweigerd.
“Jij.”, prevelde Ulysses.
“Waar is je uniform?”, brulde de conducteur, “Heb je het bevuild in Geldermalsen achtergelaten? Heb je het uniform besmeurd? Daarop staat een disciplinaire straf, weet je dat nie...” Zijn blik ging omhoog, naar Ulysses' openhangende mond. “Zijn dat... Zijn dat mijn donuts?”
“Het zijn niet...”, begon Leon, die aan de andere kant naast hem stond. “Uuurgh.” De conducteur had hem bij zijn keel grepen en was begonnen te knijpen. Leon liep rood aan, roder en roder, tot de conducteur hem weer liet vallen en hij bewusteloos ineen zakte op de grond.
“Mijn donuts!”, brieste de conducteur, “Ze vertelden dat ik donuts zou krijgen als ik deze laatste trein nog even mee pikte. Ik had al in bed kunnen liggen, maar ik wilde die donuts. Ik wilde die donuts, en nu hebben jullie het lef mij te vertellen dat ze weg zijn?”
“Niet weg...”, zei Ulysses, “In zekere zin zijn ze nog in deze ruimte aanwezig. In onze gedachten, in onze harten, in onze magen...”
“Duivelse dief! Gehatene! Vervloekte!” De hoofdconducteur deed een woeste uitval naar Ulysses maar Bastian sprong tussenbeide.
“Ren!”, brulde Bastian, “Ik houd hem wel tegen!”
De handen van de conducteur sloten zich ook om Bastians keel. Hij sleurde de jongen van de grond en wierp hem tegen de muur. Ulysses zag in dat hij tegen deze natuurkracht niets zou kunnen uitrichten, en begon te rennen, zo snel als hij ooit gerend had.

VOLGENDE KEER: DE FINALE.