Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Barend




BAREND
Barend stond bij de Hullygully tegen de railing geleund en stak nonchalant een sigaret op. Toen de machine stopte ging hij in een gondel zitten en zette zijn voet nonchalant op de rand, zodat het eruit zou zien of hij liever alleen in een attractie ging. Hij haalde zijn hand nonchalant door zijn haar en daar zette de Hullygully zich in beweging. Zoals gebruikelijk bleven de kermismedewerkers gevaarlijk lang op de draaischijf staan, maar toen zij er afsprongen kreeg het ding zo’n vaart dat Barend moeite had zijn nonchalante houding te bewaren. Zijn sigaret waaide weg en hij hield zich krampachtig vast aan de beugel voor hem. Na ettelijke minuten door elkaar geschud te zijn, stapte hij enigszins onvast uit en stak meteen weer een sigaret op, zo nonchalant mogelijk. Dat was toch een beetje tegengevallen, maar gelukkig kon niemand zijn knikkende knieën zien, want hij stapte meteen stevig door, richting autoscooters. Daar stonden ook altijd veel lekkere wijven. 
Al
s hij gewoon daar langs de kant zou gaan staan, zou niemand zien dat hij alleen was. En natuurlijk de nonchalante houding niet vergeten.

Hij leunde tegen een pilaar. De botsautootjes stopten en toen de luchthoorn klonk rende hij naar een wagentje. Hij kwam tegelijkertijd aan met een jongen en een meisje. Maar die waren helaas nèt iets sneller. Hij haalde zijn schouders op en sjokte langzaam terug naar de kant. Hij kon nog net op tijd op de verhoging springen, want de autootjes begonnen weer te rijden. Angstvallig keek hij rond, of niemand zijn kleine nederlaag had gezien. Hij dacht van niet, maar besloot toch ergens anders te gaan kijken.

Hij at een haring met uitjes en een suikerspin en maakte nog een rondje in de Destructor, een attractie die zo hard ging, dat hij voelde dat hij eventjes moest gaan zitten.

Barend zocht een terrasje uit en plofte neer. Het tafeltje stond vol lege glazen. De stoel waar hij op was gaan zitten, was nat van het bier. Hij negeerde dit ongemak en stak een sigaret op, het zou natuurlijk wel raar zijn als hij nu zonder iets te bestellen weer zou vertrekken.

Naast hem zat een groepje meiden die zich zo te zien speciaal voor de kermis uitgedost hadden. Ze bespraken luidruchtig allerlei meidendingen. Barend keek niet opzij, maar hij had wel het idee dat ze hem in de gaten hielden. Hij legde zijn telefoon voor zich op tafel, zodat het leek of hij een beller verwachtte. Hij bestelde een pilsje en toen hij het eindelijk kreeg, bleek er lippenstift op het glas te zitten. Weer negeerde hij deze kleine ergernis en begon, onder het genot van zijn drankje, met zijn telefoon te spelen. Het was inmiddels een redelijk oud modelletje, maar van een afstandje zag je dat niet.

Hij kon natuurlijk Joop eens bellen om te vragen of hij ook naar de kermis wou komen. Nou was Joop daar wel niet het type voor en ze hadden elkaar ook al maanden niet gesproken, maar het viel te proberen. Het nummer bestond niet meer.

I
ntussen was er een groep jongens aangeschoven aan het tafeltje naast hem. Zonder hem aan te kijken pakten ze de lege stoelen van zijn tafel weg en gingen bladen Breezer bestellen, die de meisjes met gejuich begroetten.

Barend nam nog een pilsje en besloot oude smsjes te gaan wissen. Dan zag het eruit of hij aan het smsen was. Hij voelde zich eigenlijk helemaal niet lekker, misschien kwam dat van de haring en de suikerspin, in combinatie met het zwieren en zwaaien. “Andere keer misschien”las hij. O ja, dat was Christien. Nou, die kon eigenlijk wel weg. En deze dan; “Wie ben jij?” Hij snapte achteraf niet dat hij die bewaard had. Al gauw had Barend al zijn smsjes gewist. Juist toen hij nog een pilsje wilde bestellen, voelde hij plotseling dat hij niet goed werd. Hij wilde nonchalant naar het toilet lopen, maar hij kon zijn braakneigingen niet meer onderdrukken. Terwijl hij opstond, kotste hij over de tafel, hij bedekte zijn mond met zijn hand, maar de klodders spoten tussen zijn vingers door en raakten ook het gezelschap naast hem. Gegil en glasgerinkel. Hij viste zijn telefoon uit het braaksel en ging er snel vandoor. Morgen was er weer een dag.

Frans van der Meer