Janus

JANUS GAAT VISSEN
Er was eens een man. Hij heette Janus. Hij had een dag vrij van zijn werk bij de Vademestru afvalstoffenrecycling en Diervoeders B.V. aan de Ringbaan West en hij had besloten een dag uit vissen te gaan. Voor dag en dauw pakte hij zijn bromfiets uit de schuur. Hij startte de trouwe tweewieler en reed er met een rotgang vandoor. Enige tijd later kwam hij aan bij de waterkant. Hij stapte van zijn bromfiets en ging op zoek naar een goed stekkie. Zo vol was Janus van het natuurschoon op de vroege morgen, dat hij even niet goed oplette en zomaar pardoes te water raakte. Hè, jandoppie, dat hoge gras ook, je kon niet eens goed zien waar je liep. Vloekend en tierend hees hij zichzelf op de kant. Maar dit natte pak mocht de pret niet drukken, Janus was vastbesloten er een leuk dagje van te maken. Het was trouwens toch erg mooi weer. Lekker warm voor de tijd van het jaar. Dat was wel eens anders geweest. Vorig jaar bijvoorbeeld om deze tijd. Janus wist het nog goed. Hij was toen ook gaan vissen en had toen heel wat kou geleden.“Dit lijkt me wel een goed plekje.”mompelde hij bij zichzelf, toen hij meende een goed plekje te hebben gevonden. Hij begon omstandig zijn visspullen uit te pakken. Zijn dure werphengel, zijn kunstaas en alle andere benodigdheden voor de professionele sportvisser. Hij wierp zijn hengel uit en daar begon hij te vissen. Zo zat hij daar dan, turend naar zijn dobber totdat die een beweging zou maken en hij misschien wel de grootste vis van de eeuw binnen zou halen. Wat zou dat smullen worden vanavond, droomde hij een beetje voor zich uit en juist toen hij op het punt stond in te dommelen, kwam daar een voorbijganger voorbij. Het was een man met bakkebaarden, gehuld in een trainingspak. De voorbijganger riep:”Hee bril, wille ze ‘n bietje bèète?!” Janus vond het eigenlijk best vervelend, zo gestoord te worden tijdens het vissen en hij mompelde dan ook iets onverstaanbaars als antwoord. En de voorbijganger liep door.
Nu kon het vissen dan serieus beginnen. Hij viste en viste. Uren achtereen. Hij viste dat het een aard had. Maar hij ving niets en dat begon hem op den duur toch te irriteren. Hij had tenslotte niet voor niets een dag vrij genomen van de Vademestru afvalstoffenrecycling en Diervoeders B.V. aan de Ringbaan Noord. Hij probeerde de zinnen wat te verzetten door naar het vrolijke gekwinkeleer van de vogeltjes te luisteren, maar begon zich steeds meer te ergeren aan zijn bewegingloze dobber. Waar bleef die reuzenkarper? Of die snoek? Was zijn aas soms niet goed genoeg? Janus overwoog juist een ander plekje te gaan zoeken, toen hij opgeschrikt werd door een onheilspellend geluid. Er klonk gerommel in de verte. Het zou toch geen onweer zijn? Nee, natuurlijk niet, hield hij zichzelf voor, maar toen de eerste druppeltjes begonnen te vallen sloeg de twijfel toe. Wat eerst een fris motregentje leek, veranderde al snel in een enorme plensbui. En dat terwijl zijn kleren juist begonnen te drogen. Hij besloot eieren voor zijn geld te kiezen, pakte zijn spullen in en spoedde zich naar zijn bromfiets, die al die tijd op hem had staan te wachten. Maar o, wat een pech! Toen hij het oude beestje aantrapte gebeurde er niets. De bougie was zeker nat geworden.
Wat weinig mensen wisten, was dat Janus wel eens stiekem praatte tegen zijn bromfiets en ook ditmaal sprak hij zijn rijwiel met hulpmotor vermanend toe. Toen de machine nog niet reageerde raakte zijn geduld echter op en begon hij te vloeken en te schelden. Dat hielp. Juist toen het noodweer in volle hevigheid losbarstte, startte de bromfiets eindelijk en Janus reed ervandoor met zijn viskoffertje op zijn rug. De volgende dag mocht hij weer gaan werken....... Bij de Vademestru afvalstoffenrecycling en Diervoeders B.V. aan de Ringbaan Oost, in Tilburg.
Frans van der Meer
Plaats reactie