|
Moeder
morgen gaat het sneeuwen of krakend vriezen ik voel mijn reumatiek en toch is het leven mooi
zegt mijn moeder en zet voor de 3400 en 32e keer de vuilnisemmers buiten
ze houdt van opa, van poezie zo helemaal stil en breed in een stoel onder het aangeslagen raam met glasheldere figuurtjes
de grijze haren gekamd en tussen de irritante geur van het avondeten zoekt zij de poezie in mijn gedichten
Uit: In de handpalm, 1968 Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair (1995)
|
Kees van Kalmthout (Den Haag, 1948 - Tilburg, 1991) was pas negentien - we schrijven 1967 - toen zijn eerste gedichten in boekvorm het licht zagen. Twee bundels kwamen uit bij uitgeverij Opwenteling te Eindhoven: zijn debuut In de handpalm (1968) en vervolgens Het land achter de spiegel (1969). Zijn volgende bundels verschenen bij de mede door hem opgerichte Universal Work Community. Quant à moi verscheen in 1971, Vise versa in 1972, en Voor de verandering in 1974. In mei 1981 vond onder instigatie van Kees van Kalmthout in de Studiozaal van de Stadsschouwburg Versjazz plaats, de eerste versie van een manifestatie die de daaropvolgende jaren als de Nacht van het Boek furore zou maken. Van zijn hand verschenen verder nog Achter de nadag, Konsolide, de cassette 'n Aangetekend stuk, Vrijwel vrij en na zijn dood in 1991 de bundel Afscheid.
Kees van Kalmthout op CuBra
|