De Tijdmachine XIX - Tymen Trolsky, 'De Puch'

| DE PUCH I Al weken had je aan mijn kop gezeurd. Die fiets van ons was inderdaad één wrak waarvan één spaak in elk der wielen stak. Je was al achtentwintig keer bekeurd. Toen op een dag - je had hem opgefleurd met stickers en wel negen kleuren lak - na beide trappers ook het stuur afbrak, en jij door wouten van je kar gesleurd werd, kwam een'ge slappe was van pas. Waar haalde ik, pater familias, een buidel poen vandaan, zo krap bij kas? Ik kon een kraakje zetten bij Van Doomen of langspeelplaten jatten bij De Vrome, maar wilde van mijn celstraf eerst bekomen. IIIk had maar amper gek veel poen gebeurd Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair (1995) |
"Op de bovenverdieping van Tuinstraat 110 woonde in de jaren zeventig Tymen Trolsky, de pseudo-naam van de auteur die tegenwoordig onder zijn eigennaam publiceert: Jasper Mikkers. In de jaren 1974 en 1975 verscheen de ene na de andere publicatie van de toen volkomen onbekende Tymen Trolsky: Hyacintha en Pasceline, Liederen van Weemoed, Wanhoop en Waanzin, Indiase Liederen en Aliesje. In literaire kringen heerste grote verwarring over de vraag, wie achter het pseudoniem schuil ging. Vooral na het verschijnen van Trolsky's tirade tegen letterkundig Nederland in Maatstaf, Ober, afrekenen!!! werd er druk gespeculeerd. Propria Cures meende dat W.F. Hermans Trolsky was, Hans Warren verdacht Gerrit Komrij, en anderen hielden het op Martin Ros en Theo Sontrop. Hans Warren schreef in de Proviciaalse Zeeuwsche Courant: `Zijn geschriften zijn verbijsterend, in alle opzichten. Hij is ongelooflijk erudiet, hij schrijft met een fabelachtige kennis van zaken over zeer uiteenlopende zaken, ja, hij kan schrijven voor drie. Hij heeft potten met allerlei soorten van inkt. Hij kan prachtig fulminerende kritieken schrijven; hoewel hij zich nog maar een paar jaar met de Nederlandse letteren bezig houdt blijkt hij vrijwel alles gelezen te hebben'.Op Tuinstraat 110, schreef Mikkers bijna al zijn Trolsky-werk, meestal 's nachts, op de zolder, tussen de drogende was. Wanneer het daar 's winters te koud werd, zat hij in de badkamer te werken, op een omklapbare plank waarop net een klein formaat typemachine paste. Als hij een toets aansloeg, viel de kalk van de muur in de typemachine. In 1975 werd het pseudoniem Tymen Trolsky ontmaskerd door Johan Diepstraten in De Stem. Hierop schreef de Tilburgse dichter Jace van de Ven, die op poëziemanifestaties regelmatig als Trolsky optrad, aan Diepstraten: 'Aangezien ik op 27 mei toch in Amsterdam moet zijn, kom ik u persoonlijk in elkaar slaan. Ik ben te lomp voor een tactvol gesprek, maar wel erg sterk'. (Bron: 'Literaire wandeling Tilburg', door Jef van Kempen en Ed Schilders, 1996; ook op CuBra) |
